Heropleving van gros plant in Le Pays Nantais!

05/06/2019 - ‘Doordrinkwijn, caféwijn, eenvoudige wijn, zure wijn’, gros plant heeft geen goede reputatie. Maar wanneer we deze wijn van dichterbij bekijken, zijn dan al deze adjectieven echt zo negatief?

Want zeg nu eerlijk, wie wil er geen wijn drinken die dorstlessend is en vlot wegdrinkt? Of toch liever een moeilijke wijn? Of erger, een fletse wijn? Ik dacht het niet!
Het enige echte probleem van de gros plant, alias folle blanche zoals de officiële naam van dit druivenras wil, is dat hij met hectaren tegelijk wordt gerooid. Buiten in de appellations voor sterke dranken, Cognac en Armagnac, waar hij een ondersteunend druivenras is. Maar wanneer dit aan hetzelfde ritme doorgaat, gaat deze rijkdom van het wijnpatrimonium hier in de Loirestreek – en van heel Frankrijk – gegarandeerd verloren. In de meeste gevallen wordt er opnieuw aangeplant met chardonnay en sauvignon die, naar mijn bescheiden mening, niet veel bijdragen aan het brede palet van wijnen en smaken wereldwijd. Zijn ‘mauvaise réputation’, om Brassens te plagiëren, heeft gros plant te danken aan het feit dat hij veel te productief is. En aan wijnen die, om droog te zijn, vaak diepte missen.

Folle blanche

Gelukkig bestaan er nog een paar wijnbouwers die volharden in de boosheid, de uniformiteit trotseren en doorgaan met de productie van dit ongeliefd druivenras. En dit om te bewijzen dat zijn reputatie van ‘water met citroen van de vingerkommetjes die op de tafels in visrestaurants staan’ totaal onterecht is.
Tijdens Val de Loire Millésime, dit event dat enkele weken geleden in Nantes plaatsvond, werd een selectie van 2018 voorgesteld. Voor het grootste deel ging het om wijnen die een medaille behaalden tijdens het Concours des Ligers. Dit zorgde in mijn geval voor een echte klik. Wellicht zeggen nu enkelen dat dit de beste wijnen waren, dat de meeste Gros Plants dit niveau lang niet halen. Waarop ik antwoord dat het reeds veelzeggend is dat Gros Plants überhaupt de selectie halen. Veelzeggend ook dat sommige wijnproducenten weliswaar toegankelijke wijnen maken met deze druif, maar wel ambitieus op gebied van kwaliteit. Goed om weten is dat folle blanche en sylvaner, riesling, tressalier, aligoté, chardonnay en muscadet, alias melon, allemaal halfbroers zijn. Allemaal hebben ze dezelfde vader: gouais. Gros plant zonder veel nadenken als een kleine druif zien, is dus niet zo verstandig…

Enorm aromatisch

Maar wat is nu typisch voor een goede Gros Plant? Het levendige en snedige natuurlijk. Maar ook, en dat is verrassender, de aromatische rijkdom (witte bloemen, citrusvruchten), op voorwaarde dat de opbrengst gematigd is. En voor de beste, een rijke smaak, deels gelinkt aan de opvoeding ‘sur lies’. Zonder te vergeten, wat niemand zal verrassen, zijn zilte toets die (al dan niet) aan de nabijheid van de Atlantische Oceaan te danken is.

Deze verbluffende complexiteit, voor een wijn die vaak als eenvoudig gekwalificeerd wordt, is helaas niet alle Gros Plants gegeven. Ook moeten de druiven geplukt zijn wanneer ze perfect (of correct) rijp waren en moeten de opbrengsten redelijk blijven. Of meer globaal, dat de wijn een minimum aan zorg kreeg. De wijnen die ik hierna citeer zijn daar goede voorbeelden van. Hoe dan ook moet ik erbij vertellen dat het grotendeels wijnen zijn van wijnbouwers die bekend zijn om hun Muscadets. Wijnbouwers die niet inzien waarom ze minder aandacht zouden besteden aan een cuvée waarop hun naam staat, om de eenvoudige reden dat het om een minder populair druivenras of minder bekende appellation zou gaan.

Maar waarom zouden we ondertussen niet profiteren van zijn uitstekende prijs-kwaliteitverhouding? Soms is het een goed idee om zich in wijnen te interesseren die vandaag met een imagoprobleem kampen, maar niettemin zeer interessant zijn en misschien wel binnen de kortste keren opnieuw in de gratie vallen of zelfs trendy worden.

Oesters, maar niet alleen dat

Misschien even belangrijk dan alles wat ik hiervoor reeds schreef: één stijl gros plant bestaat niet, zelfs niet bij de betere. Ik identificeerde er minstens twee. Er is een directe stijl, door citrus getypeerd, eerder om jong te drinken en omwille van zijn frisheid, dikwijls met een puntje koolzuurgas. En er is een andere, meer volle stijl, rijker van smaak en met meer rijpe aroma’s. Persoonlijk houd ik van beide.  
In de eerste categorie zou ik de Gros Plant van Château de Briacé willen plaatsen, een zeer alerte wijn. Maar ook de cuvée ‘Il était une fois la Folle Blanche’ van Domaine Forgeau hoort daarbij, met aangename accenten van citroen. En dan is er nog de cuvée ‘Les Goélands’ van Lechat et Fils, fijn als kantwerk.
In de tweede categorie zou de cuvée vieilles vignes ‘La Fruitière’ van de familie Lieubeau goed passen, een wijn die diepte en minerale indrukken combineert, alsook de Gros Plant ‘Haute Culture’ van Château du Cléray (Maison Sauvion), een wijn die op een harmonieuze manier frisheid, jodium en een mooi vetje samenvoegt.
Met zo’n keur aan zeevruchten en vooral in combinatie met de lokale oesters, lijken me de wijnen uit de eerste categorie de ideale partners.
De wijnen uit de tweede categorie, die culinair meer zaken aankunnen, zou ik bij een stukje wit vlees of harde kaas plaatsen.

En het terroir?

Wie in de toekomst nog meer op de intrinsieke wijnkwaliteit wil focussen, moet allicht het terroir van dichterbij gaan bekijken. Gros plant deelt grosso modo het gebied van Muscadet, maar heeft niet meteen exact dezelfde bodems of liggingen nodig. Zien we binnenkort Gros Plants ‘de cru’, zoals we dat bij Muscadet zien? We wensen het onze ‘onbeminde’ van harte toe, want dat zou betekenen dat hij gered is.

 

Meer info :

Hervé Lalau

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie